Meestal duurt het minimaal een week voordat ik tijd (en zin) vind om een verslag te schrijven van een wedstrijd die ik gelopen heb. Zo ook dit keer. Een week geleden liep ik in onze hoofdstad de 1/2 marathon. Dat werd een onverwacht succes. Na een slepende blessure had ik geen hoge verwachtingen. Ik had 1:45 als doel en 1:40 als droom, maar het werd zelfs 1:33. Lees hoe de magie van Amsterdam mij boven mezelf uit liet stijgen!

De marathon van Amsterdam staat al een tijdje op mijn ‘to do list’, maar toch kwam het er nog niet van. Best gek eigenlijk, want als Ajacied is Amsterdam toch wel een beetje ‘mijn stad’. Een route langs het Rijksmuseum, door het Vondelpark en met de finish in het Olympisch Stadion is toch geweldig? Dit jaar had ik zondag 20 oktober dus al met potlood ingevuld in mijn agenda, totdat die vervelende achillespeesblessure alles in de war schopte. Een najaarsmarathon kon ik wel uit mijn hoofd zetten en voor andere wedstrijden durfde ik me ook niet in te schrijven. Maar begin oktober was mijn blessure zo goed als verdwenen en dus besloot ik alsnog te proberen om te gaan starten in Amsterdam, op de halve wel te verstaan. Die was uitverkocht, maar met hulp van Job lukte het me toch om een startbewijs te krijgen.

En zo stond ik op zondagmiddag 20 oktober toch aan de start in Amsterdam. Normaal gesproken probeer ik me zo goed mogelijk voor te bereiden op een wedstrijd, maar dit keer was het allemaal een beetje ‘last-minute’ gegaan. Meer dan start bij en finish in het Olympisch Stadion wist ik eigenlijk niet, dus liet ik alles maar over me heen komen. Ik was dus enorm verrast door de grote drukte. Later begreep ik pas dat de 1/2 van Amsterdam de grootste halve van Nederland is. Nou, dat was wel te merken ook! Gelukkig had ik een startbewijs voor startvak wit, dus helemaal vooraan. Daardoor mocht ik als eerste starten en zou ik niet teveel in de drukte hoeven te lopen. Maar was zo vooraan starten wel verstandig? Dit zou mijn eerste wedstrijd worden sinds juni. Bovendien had ik eerder in de week al 2x een afstand van meer dan 20 km gelopen, dus grote kans dat mijn benen vermoeid zouden zijn. Startvak wit betekende een verwachte eindtijd onder de 1:40, maar hoe realistisch was dat nu? Mijn PR op de halve stond op 1:39:30 gelopen in 2017 in Drunen. Dat zou betekenen dat ik die tijd nu zelfs zou moeten verbeteren! Dat voelde totaal niet haalbaar. Maar goed, het was maar een richttijd. Ik besloot met het volgende plan van start te gaan: in mijn hoofd een eindtijd van 1:45 en te bekijken of een tijd richting de 1:40 mogelijk zou zijn. Oftewel: rustig starten en gaandeweg bekijken of het eventueel sneller zou kunnen.

In het startvak zocht ik de pacers van 1:40 op. Die zouden achterin het vak staan en als ik bij hen zou starten, moest het wel goed gaan komen. In het gedrang vlak voor de start was het even zoeken naar de vlag van de pacers, maar toen ik die eenmaal zag was ik er klaar voor. Direct na de start merkte ik dat de mensen in mijn vak inderdaad snelle lopers waren. Gelukkig kwam ik ook zelf snel in een fijn ritme en ik kon goed bij de groep pacers blijven. De eerste kilometers vlogen voorbij en ik voelde me prima. Ik denk dat het na ongeveer 4 km was dat me ineens iets opviel. Al die tijd was ik er vanuit gegaan dat ik bij de juiste pacers was, maar nu pas zag ik de tijd op hun vlag goed staan: 1:35. Ik liep dus bij de verkeerde groep, een snellere groep. Geen idee hoe dat was gekomen, maar ik vond het eigenlijk wel prima. Ik merkte dat het tempo hoog was, maar tegelijkertijd voelde het prima. Ik voelde me sterk, goed in vorm, dus ik besloot met deze groep mee te gaan en te zien hoe lang ik het vol zou houden.

Over de route had ik vooraf weinig verwachtingen. Ik wist dat ik op het eind door het Vondelpark zou komen, maar meer eigenlijk niet. Het viel me op dat de weg vrij breed waren waardoor er veel ruimte was om je eigen plekje te zoeken. Dat was fijn. Echt motiverend was de route echter niet, want we liepen vooral over bedrijventerrein of saaie wegen. Voordeel voor mij was wel dat ik me volledig kon richten op het lopen en op mijn tempo. De 10 km liep ik onder de 45 minuten, dus ruim voor op het schema van mijn PR. Nog steeds voelde ik me goed en ik kon zelfs een klein beetje versnellen. Na 15 km gaf mijn horloge 1:07 aan. Als ik zo door zou gaan, zou ik rond de 1:35 uitkomen en nog steeds kon ik het tempo goed volhouden. Nog een versnelling plaatsen? Waarom niet!

Nu kwam het laatste, mooiste stuk van de route. Langs Artis, over de Stadhouderskade, langs het Rijksmuseum en door het Vondelpark. Hier zou veel publiek staan. Mijn benen raakten een beetje vermoeid, maar deze omgeving en de vele mensen die hier stonden zorgden ervoor dat het voelde alsof ik vloog. Mijn tempo ging zelfs een beetje omhoog, vooral toen ik door het Vondelpark liep. Voor het eerst tijdens deze ‘run’ voelde ik de dat wat de marathon van Amsterdam zo bijzonder maakt. Gaaf om hier te mogen lopen! Met nog zo’n twee kilometer tot de finish perste ik nog één keer een versnelling eruit. Dat ik mijn PR zou gaan verbeteren wist ik inmiddels al, waarom dan niet die tijd meteen zo scherp mogelijk zetten? Ik ging er nog één keer helemaal voor en tot het Olympisch Stadion haalde ik nog veel lopers in.

Toen was daar ineens het stadion… Het Olympisch Stadion. Datzelfde stadion waar ik als jongetje op een regenachtige avond in 1994 Ajax met 2-0 zag winnen van het grote AC Milan. De doelpunten van De Boer en Litmanen brachten het hele stadion zo in extase dat we vergaten dat we zeiknat waren door de regen. Later dat seizoen pakte Ajax de Europa Cup 1, maar het was deze wedstrijd waardoor Ajax weer helemaal terug was aan de top. En nu, na al die jaren, was ik weer terug in datzelfde stadion. Niet op de tribune, maar als sporter zelf op de sintelbaan. De laatste meters naar het stadion beleefde ik in een roes en eenmaal binnen zat ik op een wolk. Volgens mij had ik nog een mooie eindsprint naar de finish, een half rondje in het stadion. Maar helemaal zeker weet ik het niet meer, want vanaf mijn wolk ging al mijn aandacht uit naar dat mooie stadion. De plek waar ik als jongetje gezet had….

Toen mijn telefoon trilde ontwaakte ik weer uit mijn roes. De app van de TCS Amsterdam Marathon gaf aan dat ik officieel gefinisht was en dat mijn eindtijd 1:33:50 was. Dat was ongelofelijk! Ik had dus gewoon 6 minuten van mijn oude record afgehaald. Niks meer last van een blessure. Niks geen zware benen. Gewoon een dik, vet PR!

Al dat trainen van de afgelopen maanden, de variatie met fietsen, de verandering van mindset, dat alles heeft geleid tot dit prachtige resultaat in Amsterdam. Ik voel me fit en misschien wel sterker dan ooit, ben klaar om weer op te bouwen richting alle uitdagingen voor 2020. En ik heb zin in alles wat de komende maanden komen gaat: in ieder geval de Krollenloop (10 km) in Veghel volgende week, de 7Heuvelenloop in Nijmegen, de Sylvesterloop als afsluiter van het jaar, de halve van Egmond in januari en daarna dan eindelijk naar Tokio. Laten we hopen dat Amsterdam de opmaat was naar vele mooie momenten!

David