“De halve marathon van Egmond aan Zee is een strijd tegen de elementen. Die race is elk jaar anders, je weet vooraf nooit hoe het gaat lopen. Maar zwaar is het altijd!” Vooraf had ik genoeg waarschuwingen gehad om goed voorbereid aan de start te kunnen verschijnen, zou je zeggen. Toch moet je deze race echt zelf gelopen hebben, om te beseffen wat ze daadwerkelijk bedoelen. Lees hier het verslag over mijn eerste keer in Egmond.

Een halve marathon paste natuurlijk prima in mijn voorbereiding op Tokyo. Juist in deze periode van wekelijks een lange duurloop, was het leuk om eens een georganiseerde halve marathon te lopen. Bovendien had ik met een aantal vrienden afgesproken om te gaan of daar te ontmoeten én was er speciaal verzamelpunt voor KiKa-lopers. Het mag dus duidelijk zijn dat ik erg uitkeek naar deze race.

Al vroeg op zondagochtend vertrokken Björn, Patrick en ik richting Egmond. Een flinke reis en we wilden ruim op tijd aanwezig zijn. Doordat KiKa een ruimte in een hotel vlakbij de start/finish geregeld had, wisten we dat we warm en droog konden wachten. Het was dus zeker niet erg om al vroeg in Egmond te zijn. Onderweg in de auto bespraken we onze plannen en hadden we al contact met Marko, die we in Egmond zouden zien. Marko zag ik voor het laatste tijdens de marathon van New York, maar via sociale media en Strava hadden we altijd contact gehouden. Het was dus erg leuk om elkaar na zo’n lange tijd weer te zien.

In Egmond was het door KiKa inderdaad perfect geregeld. We zaten warm en droog én we konden tijdens de race onze spullen veilig achterlaten. Terwijl we zaten te wachten dat het tijd was om naar het startgebied te gaan, haalden we oude herinneringen op en bespraken nogmaals onze plannen voor de race. Ik zou samen met Marko rond tien voor 1 starten, Björn en Patrick samen een paar startvakken later. Marko en ik gingen dus eerder richting de start. Vooraf was al gezegd dat het hard zou waaien, maar ik had geen idee wat ik kon verwachten. Hoe dichter ik bij de start kwam, hoe beter ik in de gaten kreeg dat het wel echt heel hard waaide. De gratis mutsen van NN waren nu meer dan welkom. Dat betekende dus 8 km lang vol wind tegen op het strand. Pfff, dat zou een flinke kluif gaan worden. Mijn plan was om de gehele race ongeveer mijn marathontempo aan te gaan houden, dus net onder de 5 min/km. Dat zou toch moeten lukken? Samen met Marko zou ik starten en we zouden kijken hoe lang we bij elkaar bleven, maar we wisten allebei dat we waarschijnlijk snel ons eigen tempo zouden gaan lopen.

Direct na de start gingen we het strand op. Hier werd pas echt duidelijk hoe hard het waaide. Windkracht 6-7 vol tegen op het strand, niet normaal! Het was laag water dus we konden prima door het harde, natte zand lopen. Door de harde wind ontstonden er echter allemaal ‘waaiers’ (groepen mensen die bij elkaar houden en elkaar uit de wind houden), waarbij er nooit echt sprake was van een goede samenwerking. Want in plaats van om de beurt het kopwerk te verrichten, zochten vrijwel alle lopers steeds de voor zichzelf zo gunstig mogelijke positie op. Gevolg was een strijd om zoveel mogelijk uit de wind te kunnen lopen, waardoor je de ‘waaiers’ steeds wat verder richting het losse zand op zag schuiven. Wat was nu wijsheid? Alleen gaan lopen was echt geen optie met deze wind, maar op deze manier in een waaier te blijven hangen was ook geen optie. Ik besloot me zoveel mogelijk een weg te banen door de waaiers heen en steeds zelf de oversteek te maken van waaier naar waaier. Dat was pittig, wat ook te zien was in mijn tijden: vrijwel alle kilometers verliepen toch een stuk boven de 5 min/km, langzamer dus dan wat ik vooraf bedacht had. Dat frustreerde me heel even, maar al gauw besefte ik dat dit eigenlijk gewoon een vrij goed tempo was voor deze omstandigheden en ik besloot het te accepteren. Bovendien: dat zou ik straks in de duinen wel goed gaan maken…

Na zo’n 8 km verlieten we eindelijk het strand en zou het beter gaan worden in de duinen. Nou, niet dus! Waar ik me ingesteld had op fijne fietspaden door de duinen, ging de route nu over smalle, modderige paden dwars door de duinen heen met ook nog eens de nodige hoogteverschillen. De wind was nu weliswaar weg, maar echt beter werd het er niet op. Inhalen was vrijwel onmogelijk en met al het klimmen en dalen lukte het ook niet om een stabiel tempo te lopen. Bovendien voelde ik iets op mijn blaas drukken, dus zou ik ook een korte sanitaire stop moeten gaan maken. Dat deed ik toen we meteen uit de duinen kwamen en het terrein van een camping op liepen. Dat luchtte op. Zou het vanaf nu mogelijk zijn om een lekker tempo te gaan lopen?

Toen we het terrein van de camping verlieten kwamen we inderdaad eindelijk op bestrate en geasfalteerde paden. Er was geen wind meer, er kwam ruimte om in te halen, mijn blaas was leeg en ik had nog snel even een steentje uit mijn schoen gehaald. Kortom, nu kon het pas echt gaan beginnen. Met die gedachte zette ik een knop om in mijn hoofd en maakte ik voor mezelf een nieuw. Een vlakke race lopen was onmogelijk en ik liep al ver achter op marathonschema. Bovendien voelden mijn benen al best zwaar door de extreme inspanning. Maar als ik nu zou versnellen naar een tempo een flink stuk onder marathontempo? En als ik dat de laatste 10 km vol zou kunnen houden? Dan zou dat toch een prima training zijn en dan zou mijn gemiddelde tempo misschien wel weer goed zijn. Een nieuw plan was geboren en ik voelde weer nieuwe energie stromen door mijn lijf!

Kilometer 13 ging in 4:43 en daarna kon ik dit tempo (tussen de 4:40 en 4:50) eigenlijk goed vasthouden, tot aan de beruchte Bloedweg op kilometer 20. Daar ging het heel gemeen weer flink omhoog. Dat was een echte kuitenbijter waar ik veel lopers echt stuk zag gaan. Dat zou mij niet gebeuren en het lukte me om die kilometer toch in 4:55 af te leggen. Mooi en nu door naar de finish. Ongeveer 100 meter voor me zag ik een andere KiKa-runner lopen. Dat was mijn laatste richtpunt voor vandaag: die wilde ik nog voorbij! Met een laatste inspanning lukte het me nog te versnellen en vlak voor de finish hem in te halen. De laatste kilometer werd mede daardoor mijn snelste in 4:28 en ik finishte in 1:45:15.

Pfffff, wat een pittige en gekke race zeg! Windkracht 6-7 vol tegen op het strand, op en neer door de duinen, smalle paadjes waar inhalen haast onmogelijk was… pfoe! Uiteindelijk tevreden met mijn eindtijd van 1:45:15. Mijn gemiddelde tempo vandaag was 4:59 min/km en dus was het me nog gelukt om mijn marathontempo te halen. Ook weer 21 km in de benen richting Tokio, een prima training dus vandaag! Maar het belangrijkste: een ontzettend toffe dag gehad samen met Patrick, Björn en Marko. In het hotel druppelden ze na mij 1 voor 1 weer binnen, waarbij bij iedereen de trots overheerste: dit hadden we toch maar even mooi gedaan! Samen toastten we met een glas Duketown Spirit (de door mij speciaal voor deze gelegenheid gewonnen Beerbrandy) op de goede afloop waarna we allemaal weer naar de pendelbussen gingen. Op weg naar huis, op weg naar een volgend avontuur. Voor mij en Björn wordt dat de 2Rivers duo-marathon, mijn laatste tussenstop richting Tokyo!

David